Hieronder vindt u een overzicht van de meest voorkomende plaagdieren, de wijze waarop wij ze bestrijden en manieren om ervoor te zorgen dat u geen nieuwe plaag krijgt.
Wespen | |
| Ratten De meest voorkomende rattensoort in Nederland is de bruine rat. Hij komt voor in rioleringsstelsels, langs sloten bij akkers, maar ook op plaatsen waar bijvoorbeeld vissers aas achterlaten, op niet-bewaakte vuilstortplaatsen en op plaatsen waar vaak vogels gevoerd worden. De bruine rat voelt zich ook thuis in industriële objecten die in gebrekkige bouwtechnische staat verkeren en/of onhygiënisch zijn. Ratten kunnen ziekten overbrengen op mens en vee. Vooral in de winter zoekt dit dier beschutting in boerderij of bedrijf. Deze alleseter is vooral ’s nachts actief en heeft iedere dag water nodig. Andere rattensoorten zijn de zwarte rat, de muskusrat, de woelrat en de beverrat. | |
| Muizen Muizenplagen in huizen en bedrijven worden meestal veroorzaakt door de huismuis. Vooral in het najaar zoekt dit beestje warmte en beschutting in overdekte ruimten. Ze bewegen zich snel voort en kruipen tegen muren op. Ze verschuilen zich onder het dak, in muren en gaten, onder vloeren en op zolders. Behalve rustverstorend, veroorzaken muizen knaagschade, kunnen ze ziektekiemen verspreiden en bevuilen ze voedselvoorraden met hun uitwerpselen en urine. Andere muizensoorten zijn de veldmuis en de spitsmuis. Muizen kunnen een aantal dagen zonder water. | |
| Kakkerlakken De Duitse kakkerlak komt van al zijn soortgenoten het meest in Nederland voor, is lichtschuw en eet echt alles. De Duitse kakkerlak heeft dagelijks vocht nodig. De diertjes verschuilen zich in donkere, vochtige plaatsen zoals achter keukenkastjes. Grote groepen van deze kakkerlak kunnen stankoverlast veroorzaken. Hoewel de bruinbandkakkerlak uit het tropische Afrika komt, is hij ook al vaak in ons land aangetroffen. Het beestje overleeft goed in gebouwen die centraal verwarmd worden. Ze hebben een voorkeur voor zetmeelhoudend voedsel, maar leven ook op lijm en stijfsel in behang en boeken. Ze kunnen twee weken zonder water en voedsel. Ze bevuilen voedsel en kunnen onder andere de Salmonellabacterie en mijten overdragen. Andere soorten zijn de Oosterse en Surinaamse kakkerlak. | |
Mieren | |
| Vliegen Veel vliegensoorten zoeken jaarlijks hetzelfde gebouw op om te overwinteren. Ze hebben vooral een voorkeur voor hoge gebouwen. Grote groepen vliegen veroorzaken overlast. De kamervlieg leeft van allerlei, vooral zoet voedsel en uitwerpselen. Ze brengen bacteriën en andere schadelijke micro-organismen over van afval op voedsel en leveren zo gevaar op voor mens en dier. | |
| Vlooien 95% van de vlooien leeft op zoogdieren en 5% op vogels. Vooral in de zomermaanden kunnen ze in plagen voorkomen. Doordat ze bloed zuigen bij hun gastheer veroorzaken ze huidirritaties en/of jeuk. Sommige soorten kunnen ziekten overbrengen. Vlooien bij kippen kunnen een verminderde ei-productie veroorzaken. De kattenvlo komt ook voor op mensen. De mensenvlo is zeer zeldzaam, maar kan net zoals de honden- en kattenvlo tussengastheer zijn voor de lintworm. | |
Zilvervisjes |